Kelderluik

De wet is niet de wet. Deze zin moet niet te wiskundig opgevat worden; hiermee bedoel ik te zeggen dat de wet, de regels die iedereen moet volgen, niet hetzelfde is als de wet, het collectief van documenten dat door de Staten-Generaal wordt uitgevaardigd. De tekst van de wet is soms onduidelijk, dubbelzinnig, onbedoeld verwarrend of bedoeld verwarrend. In dat geval is het de taak van de rechterlijke macht om de wet te interpreteren. Daarom hebben de meeste landen één centraal rechtsprekend orgaan, zodat het Hof in Amsterdam hetzelfde recht spreekt als het Hof in Leeuwarden. Deze interpretatie is vaak even rechtscheppend als de uitvaardiging van een wet door de Staten-Generaal. Daarom zal ik in deze serie blogs uitweiden over verschillende uitspraken van de Hoge Raad der Nederlanden, wat het verhaal is achter de uitspraken en hoe deze uitspraken ons dagelijks leven beïnvloeden.

We beginnen met een klassieker die aan elke juridische universiteit in het eerste jaar wordt onderwezen: het Kelderluikarrest. Dit arrest, afkomstig uit 1965, heeft vastgesteld wat precies de criteria zijn voor het juridische begrip ‘gevaarzetting’, het creëren van een voor anderen gevaarlijke situatie. Op 23 februari 1961 loopt de heer Mathieu Duchateau over de Singel te Amsterdam. Duchateau moet op dat moment erg plassen en gaat daarvoor Café De Munt binnen, gelegen aan Singel 522 (tegenwoordig zowel een Dutch Gift Shop als een bedevaartsoord voor civiel juristen). Café De Munt is een nauw, donker café en Duchateau baant zich een weg naar de achterin gelegen toiletten. Om hier te komen, moet hij een stapel lege Coca-Colakratjes omzeilen die vlak voor de toiletdeuren staan. Duchateau pakt de deurklink van het herentoilet, doet de deur open en zet een stap opzij om de toiletten binnen te treden. Echter, in plaats van vaste ondergrond voelt Duchateau niets, en hij tuimelt rechtstreeks een open kelderluik in.

Het luik was geopend door de heer Sjouwerman (echte naam), werknemer van Coca-Coca Export Corporation gevestigd te Amsterdam. Sjouwerman had de taak om lege colaflesjes op te halen. Hiertoe had hij het kelderluik opengezet om zo de lege kratjes mee naar boven te sjouwen. Op het moment dat Duchateau Café De Munt inliep was Sjouwerman achter de bar bezig met het verzamelen van lege flesjes. Hij had de stapel kratjes expres neergezet zodat een onoplettende klant niet zomaar het keldergat in zou vallen. Dit bleek onvoldoende en Duchateau viel voor zijn ogen het keldergat in, waarbij hij zijn been brak.

Zo komen we op het eerste juridisch interessante punt in deze zaak. Duchateau kon Sjouwerman aanklagen voor gevaarzetting: het creëren van een gevaarlijke situatie die schade tot gevolg had. Duchateau koos er echter voor om de Coca-Cola Export Corporation aan te klagen. Een bedrijf is immers verantwoordelijk voor het handelen van hun medewerkers. De Coca-Cola Export Corporation had diepere zakken, dus dit was een slimme zet van Duchateau. Na voor de rechtbank en het hof geprocedeerd te hebben, kwam de zaak uiteindelijk bij de Hoge Raad, ’s Neerlands hoogste rechtsprekende orgaan, met de taak om het recht te interpreteren. Hoe moest gevaarzetting precies worden uitgelegd? De Hoge Raad kwam met vier vragen die gesteld moeten worden in een mogelijke situatie van gevaarzetting:

  1. Hoe waarschijnlijk kan de niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid worden geacht?
  2. Hoe groot is de kans dat daaruit ongevallen ontstaan?
  3. Hoe ernstig kunnen de gevolgen zijn?
  4. Hoe bezwaarlijk zijn de te nemen veiligheidsmaatregelen?

In casu beantwoorde de Hoge Raad deze vragen als volgt: In een donker café zoals Café De Munt, waarbij iemand enkel binnentreedt om de toiletten te gebruiken, kan geen hoge mate van oplettendheid worden verwacht. De kans dat iemand in dat nauwe, donkere café in een openstaand kelderluik valt, is dan ook aanzienlijk. Als iemand in een kelderluik valt, kan iemand zwaar letsel oplopen, zoals gebroken botten of een gebroken nek. De heer Sjouwerman had makkelijk een stoel voor het kelderluik kunnen zetten, of het kelderluik kunnen sluiten, dus de veiligheidsmaatregelen zijn niet bezwaarlijk. Daarom heeft de heer Sjouwerman (en daarmee Coca-Cola) zich schuldig gemaakt aan gevaarzetting. Hoe belangrijk dit is, valt niet te overschatten. Deze vier vragen vormen nog steeds de basis voor het leerstuk van gevaarzetting, en dat is overal te zien. Een mooi voorbeeld is de Albert Heijn XL aan het Bevrijdingsplein, die bovenaan de schuine rolband een bordje heeft staan:

Het is waarschijnlijk dat een persoon op een schuine rolband niet heel oplettend is. Immers, deze persoon is simpelweg boodschappen aan het doen. Hoe groot is de kans dat daaruit ongevallen ontstaan? Op een gladde rolband ontstaan al snel ongevallen. Het metaal wordt snel glad als het nat is, en mensen dragen wellicht zware kratten die het uitglijgevaar enkel vergroten. Het letsel dat daaruit kan ontstaan, is ook aanzienlijk. Je valt op een harde, geribbelde metalen ondergrond. Daar kan je flinke schrammen en sneeën aan overhouden. En hoe bezwaarlijk is het om tegenmaatregelen te nemen? Zo simpel als het bovenstaande bordje daar neer te zetten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.